Opnieuw aanwezig
Marinus van den Berg. Uit: Over levensmoed.

Nadat alles anders werd.
Nadat ik niet meer de oude kon worden.
Brak er een tijd van verdriet door.
Ik voelde mij uitgestoten.
Ik was mijzelf kwijt.
Ik riep uit: Waarom, waarvoor...
Alsof iedereen tegen mij was.
Nadat alles anders werd.
Voelde ik mij verlaten.
De nachten waren eindeloos.
Ik vocht met mezelf.
Ik vroeg mij af:
Wie ben ik nog?
Wat stel ik nog voor?
Wat voor zin heeft mijn leven nog?
Nadat alles anders werd.
Kreeg ik geen antwoord op m'n vragen.
Iemand stelde me een vraag:
Hoe wil jij nu zijn?
Hoe wil jij nu verder leven?
De vraag werdn tot een uitdaging.
Een uitnodiging tot een nieuw begin.
Nadat alles anders werd.
Werd ik een nieuw mens.
Opnieuw uitgedaagd.
Opnieuw uitgenodigd.
Opnieuw tot leven geroepen.
Opnieuw aanwezig.